Konijnen


Algemene informatie

Konijnen horen samen met de hazen tot de orde van de Lagomopha of terwijl de haasachtigen. De hazen vormen het meest verspreide geslacht en kenmerken zich door een bovengrondse schuilplaats en door het feit dat hun jongen nestvlieders zijn. Dit in tegenstelling tot konijnen waar de jongen naakt en blind geboren worden in een onderaards hol met nest.

                  

Huisvesting

Laat uw konijn liever niet op zaagsel zitten. Sommige konijnen eten dit zaagsel op en dit kan de darmen van streek maken. Huisvest uw konijn op stro. Uw konijn moet tochtvrij en droog zitten, maar voldoende verse lucht hebben. Ook moeten ze voldoende ruimte om te bewegen hebben, het liefst met een uitloop naar buiten. Dit is bevordelijk voor de algehele gezondheid van het dier en vooral ook voor de werking van het maagdarmkanaal.

Vaccinatie

In het voorjaar is de kans op besmetting met Myxomatose en/of VHD groot. Voor deze 2 konijnenziekten bestaat geen geneesmiddel, slechts preventieve vaccinatie kan voorkomen dat het konijn besmet raakt en sterft.

-Myxomatose:

De symptomen van myxomatose zijn dikke, vochtige zwellingen op hoofd en snuit. Typisch zijn de gezwollen oogleden. Na verloop van tijd kleven de oogleden aan elkaar en ontstaat vaak een pussige oog- en neusuitvloeiing. Sterfte wordt vooral veroorzaakt door een bijkomende longinfectie. In principe kunnen luizen, teken, mijten, vliegen, vlooien en muggen de ziekte overdragen, maar in Europa wordt de ziekte voornamelijk door muggen verspreid.

-VHD:

Dit virus trekt genadeloos door Nederland, een spoor van dode konijnen achterlatend. Niet alleen de wilde konijnen lopen gevaar, want het virus maakt geen onderscheid en plant zich lustig voor in onze tamme konijnen. Het VHD-virus heeft geen vector nodig om zich te verspreiden en kan daarom op alle mogelijke manieren worden overgedragen. VHD is een snel verlopende ziekte met vaak de dood tot gevolg.

De inentingen tegen VHD geven een jaar lang bescherming en moet dus eenmaal per jaar gegeven worden, het liefst in april/mei. De inenting tegen myxomatose geeft slechts voor een half jaar bescherming, waardoor elk konijn in het voorjaar en het najaar geënt moet worden. Voor de inentingen moet een konijn minimaal 8 weken oud zijn en in een goede conditie verkeren.

Voeding van het konijn

De eerst achttien levensdagen zijn de konijntjes volledig afhankelijk van de moedermelk. De voedster zoogt de jongen eenmaal per dag. Na deze achtien dagen zal het jonge konijn geleidelijk wat vast voedsel en water opnemen.

Konijnen hebben een heel gevoelig darmstelsel. Hun darmflora is afhankelijk van het soort voedsel wat zich in de darm bevind. De basis van het rantsoen moet altijd uit goed hooi bestaan. Hier mogen nog groentes en fruit bijgegeven worden maar wel met mate zodat ze er geen diarree van krijgen. Bepaalde koolsoorten en klaver kunnen ze beter niet krijgen. Deze kunnen veel gas in de darmen produceren. De hoeveelheid droogvoer die ze tot hun beschikking hebben zou niet meer dan 25 gram per kg. lichaamsgewicht moeten bedragen. Een konijn dat 24 uur niet eet moet gauw nagekeken worden. De darmen gaan stilliggen en de lever kan beschadigd raken.

Het eten van keutels

Het is normaal dat konijnen een deel van hun keutels weer opeten (caecotrofie). Dit zijn plakkerige keutels die uit de blinde darm komen. Deze keutels bevatten belangrijke voedingsstoffen die het konijn de eerste keer niet kan opnemen zoals Vitamine B en K en belangrijke eiwitten. Het is belangrijk dat hij deze keutels wel opeet en dat ze niet aan de achterkant blijven plakken. Dit kan weer vliegen aantrekken die daar eitjes gaan leggen. De maden uit die eitjes eten zich bij het konijn naar binnen en vergiftigen het konijn. De dood van het konijn kan dan heel vlot optreden dus het is erg belangrjjk dat u dan zo snel mogelijk naar een dierenarts gaat.

Gebitsproblemen

Problemen met tanden en/of kiezen is een van de meest voorkomende oorzaken voor niet of slecht eten bij het konijn. Tanden en kiezen van konijnen groeien steeds door. Bij een normale stand is de slijtage evenredig aan de groei van het gebit. Als de tanden of kiezen scheef ten opzichte van elkaar staan zullen ze niet goed afslijten. Dit kan voor te lange en kromme snijtanden zorgen of voor haken op de kiezen. Dit kan op een gegeven moment leiden tot verminderde voedsel opname, speekselen (natte kin), minder productie van keutels, heel lang op eten kauwen of het steeds uit de mond laten vallen en uiteindelijk tot sloomheid en vermagering. Onder narcose moet het gebit bijgeslepen worden zodat ze weer goed kunnen eten. Als de voortanden veel problemen opleveren (de zogenaamde olifantstanden) dan kunnen die ook verwijderd worden. Een konijn kan zich zonder voortanden heel goed redden.

Castratie

Tussen de 3.5 en 8 maanden komen konijnen in de pubertijd. Vanaf 4.5 maanden leeftijd kunnen konijnen zich al voortplanten. Mannetjes krijgen de neiging hun territorium af te bakenen d.m.v. sproeigedrag of ze kunnen agressief worden naar andere

konijnen of hun eigenaar. Als meer konijnen in huis worden gehouden is castratie vaak noodzakelijk. Vanaf een leeftijd van 5 maanden kunnen ze gecastreerd worden en een paar weken na de castratie kunnen ze weer langzaam aan elkaar geïntroduceerd worden.

Sterilisatie

Vrouwtjes kunnen ook erg territoriaal worden en met elkaar gaan vechten. Als dit gedrag is gebasseerd op dominatie kan ze gesteriliseerd worden. Als het om een mannetje en vrouwtje gaat wordt meestal het mannetje gecastreerd omdat die operatie minder ingrijpend is. Gaat het om 2 vrouwtjes dan is sterilisatie een optie.

Als het vrouwtje geen nestje krijgt dan loopt ze risico om baarmoederkanker te krijgen. Dit risico begint na het tweede jaar en wordt steeds groter. Als een konijn rond de 6 jaar oud is heeft ze 75% kans om baarmoederkanker te krijgen. Ook dit wordt met sterilisatie voorkomen.

Rondom de operatie

Konijnen moeten voor de operatie niet vasten. In tegenstelling tot honden en katten kunnen ze niet braken. Het darmstelsel moet altijd gevuld blijven met voedsel en onderbrekingen in de voedselstroom verstoren de darmflora. Ook na de operatie moet hij zo snel mogelijk weer eten. Voor de operatie krijgt het konijn een pijnstilling. Want een konijn dat pijn heeft eet niet. Tijdens de operatie ligt hij op een warmtematje en ook na de operatie wordt hij warm gehouden. Zo vlug mogelijk wordt hij wakker gemaakt en krijgt gelijk voedsel aangeboden zodat hij zo snel mogelijk weer kan gaan eten. Thuis moet hij ook weer gauw de oude zijn. Wil hij niet goed eten of is hij onrustig of juist te stil dan moet hij door de dierenarts onderzocht worden. Als vlug ingegrepen dan is de kans op herstel het grootst.

Heeft u een vraag? Klik hier!