Geen artikelen
Zoek
Huisdieren Infotheek A - F Diabetes Mellitus

Diabetes Mellitus

Diabetes Mellitus, oftewel suikerziekte komt veel voor bij zowel honden als katten op middelbare leeftijd. Bij katten zien we suikerziekte voornamelijk in combinatie met overgewicht en te weinig beweging. Bij honden is echter geen verband met het gewicht aanwezig.

 

Wat is suikerziekte  precies?

Bij suikerziekte is het bloedsuikergehalte verhoogd. De glucose in de urine trekt extra vocht  mee waardoor de hond/ kat meer gaat plassen. Om niet uit te drogen, zal de hond vervolgens ook meer moeten drinken.

Voor lichaamscellen is glucose bijna onmisbaar, niet alleen als bouwsteen maar ook als brandstof. De spiercellen en vetcellen nemen alleen glucose uit het bloed op als ze daartoe door het hormoon insuline aanzetten. Insuline, dat wordt gemaakt door bepaalde cellen in de alvleesklier, zorgt er dus voor dat deze lichaamscellen voldoende glucose kunnen opnemen en bovendien zorgt insuline er zo voor dat het glucosegehalte in het bloed binnen de grenzen blijft.

De belangrijkste verschijnselen van suikerziekte zijn:

  1. Veel drinken
  2. Veel plassen
  3. Honger (in eerste instantie)
  4. Vermageren
  5. Algeheel ziek voelen en braken (later stadium)

 

Net als bij mensen kan suikerziekte ook bij honden en katten behandeld worden met insuline-injecties.

Omdat niet precies bekend is hoe groot het insulinetekort bij uw hond/kat  is, moet de juiste dosering worden vastgesteld. Aan de hand van het gewicht van uw huisdier zal de hoeveelheid insuline worden bepaald. Het insulinepreparaat dat we voor honden en katten gebruiken heet Caninsulin. Dit injecteren we 2 x per dag op vaste tijdstippen (dus 12 uur tussen de 2 injecties). Het exacte behandelschema wordt in overleg met u gemaakt, waarbij zoveel mogelijk rekening gehouden wordt met de dagindeling van de persoon die het huisdier behandeld.

Als eenmaal de juiste dosis insuline is gevonden, zal de hond/kat snel herstellen. Hij wordt levendiger en het vele drinken en plassen zal afnemen. Ook kan het aantal controles dan worden verminderd. Regelmatige controle blijft echter noodzakelijk. Als uw huisdier eenmaal goed is ingesteld, kan het een normaal leven leiden.

 

Het is belangrijk dat de hond/kat dagelijks een zelfde hoeveelheid voedsel van een zo constant mogelijke samenstelling krijgt. Voor iedere insuline-injectie moet hij een maaltijd krijgen. Als er om wat voor reden dan ook niet wordt gegeten kunnen we de insuline nog verlagen. Als je namelijk eerst de insuline toediend en hij vervolgens niet wil eten, kun je de dosis niet meer aanpassen.

Er is een speciaal dieetvoer voor honden en katten met suikerziekte bij ons verkrijgbaar. Het speciale dieetvoer is rijk aan voedingsvezels en ondersteunt de therapie met Caninsulin. Wij geven u graag advies hierover.