Geen artikelen
Zoek
Paarden Disciplines Reproductie drachtigheidsbegeleiding

Merriebegeleiding

Hengstigheid:
Merries kunnen gedurende het hele jaar om de drie tot vier weken hengstig zijn. Het duidelijkst kan de hengstigheid worden waargenomen in de periode tussen de maanden februari en augustus. De duur van de hengstigheid kan variëren van 3-6 dagen, soms ook langer. Gedurende de hengstigheid zal één of zullen meerdere follikels gaan groeien.

 
Merriebegeleiding:
Arts&Dier biedt merrie-eigenaren een merriebegeleidingspakket om de cyclus van de merrie zo goed mogelijk in beeld proberen te brengen en het juiste moment van insemineren (dekken) te bepalen. Het juiste dekmoment is te bepalen d.m.v. schouwen en/ of echografisch onderzoek van de baarmoeder. Het merriebegeleidingspakket biedt u de mogelijkheid uw merrie onbeperkt te laten controleren op hengstigheid/ dracht. Bijzonderheden (soms problemen) zullen in kaart worden gebracht om het dekseizoen zo efficiënt mogelijk te beginnen. Eventueel aanwezig cystes of andere bijzonderheden worden nauwkeurig geregistreerd en vermeld op de merriekaarten.

bacteriologisch onderzoekBacteriologisch onderzoek:
In sommige gevallen kunnen infecties in de baarmoeder optreden als gevolg van de aanwezigheid van bacteriën, schimmels en/ of gisten. Er kan een slijmmonster van de baarmoeder worden genomen om te onderzoeken in ons eigen laboratorium. Wanneer de uitslag van de onderzoeken positief zijn, kan een doelgerichte behandeling worden ingezet tegen de bewuste bacterie, gist of schimmel.

 

(Diepvries-) inseminatie:
De meeste merries worden door middel van kunstmatige inseminatie drachtig. Wij verzorgen zowel het insemineren met vers als met diepvriessperma. Hoewel diepvriessperma gevoeliger is dan vers sperma stelt de huidige kennis en techniek ons in staat vergelijkbare drachtigheidspercentages te behalen. Merries die worden geïnsemineerd met diepvriessperma staan een aantal dagen bij ons in de opname, wat ons in de gelegenheid stelt meerder malen per dag echografisch onderzoek van de baarmoeder te doen om zo dicht mogelijk op de eisprong te insemineren

 



Eerste drachtcontrole:ontwikkeling vrucht
Wanneer er maar één follikel geovuleerd heeft, kan de merrie op 18 dagen gecontroleerd worden op dracht. Indien er meerdere follikels geovuleerd hebben is het verstandig de merrie op de 15e of 16e dag voor echo-onderzoek aan te bieden om te zien of er mogelijk sprake is van tweelingdracht.

Tweede drachtcontrole (op 6 weken):
Bij de tweede drachtcontrole kan een mooie vrucht worden onderscheiden en kan de hartslag in beeld worden gebracht. In de periode tussen de eerste en tweede drachtcontrole vindt een omschakeling in de hormoonproductie van de merrie plaats om de dracht in stand te houden. Tijdens deze omschakeling bestaat een kleine kans op verlies van de vrucht wanneer de baarmoeder de hormoonproductie niet op peil kan houden.