Geen artikelen
Zoek
Paarden Infotheek A-F abortus bij de merrie

abortus bij de merrie

Een aantal merries blijkt na inseminatie of dekking niet drachtig te zijn. Soms sterft de vrucht (het embryo) al in een vroeg stadium. Relatief is het percentage abortus bij paarden hoger dan bij andere diersoorten. Bij zo'n 4-20 procent van de merries treedt tussen de 15e en de 50e dag na ovulatie (=eisprong) embryonale sterfte op. Wanneer dit op een later tijdstip in de dracht gebeurt spreken we van abortus, de redenen hiervoor kunnen van zeer uiteenlopende aard zijn.           

specialist insemineren drachtig merrie embryotransplantatie paardenarts paardenkliniek

Vroeg embryonale resorptie
Onder vroeg embryonale resorptie wordt verstaan dat de dracht afbreekt doordat de vrucht afsterft en deze door het lichaam wordt geresorbeerd. Vroeg embryonale resorptie kan optreden tot en met de derde maand van de dracht. Op het opnieuw hengstig worden van de merrie na, wordt hiervan niet of nauwelijks iets aan de merrie vernomen.
 
Abortus
Abortus houdt in het verstoten van een nog niet volledig ontwikkelde en daarmee niet levensvatbare vrucht. Hoewel abortus tijdens de gehele periode van de dracht kan optreden, zien we dit met name in het tweede deel van de dracht. De oorzaken voor abortus kunnen zeer uiteenlopend zijn, hierop wordt later verder ingegaan. 

Mogelijke oorzaken van abortus

Rhinopneumonie:
Is een herpesvirusinfectie die meerdere verschijningsvormen kent waaronder de abortusvorm. Het virus kan abortus veroorzaken of zeer zwak geboren veulens die in de meeste gevallen sterven.

Bacteriën en schimmels:
De aanwezigheid van bacteriën en schimmels in de baarmoeder kunnen abortus veroorzaken. Bij abortus op een vroeg stadium van de dracht spelen bacteriën een grotere rol dan in een later stadium. Soms zijn deze al op het moment van insemineren (dekken) in de baarmoeder aanwezig. Wanneer er schimmels in de baarmoeder aanwezig zijn we abortus nog al eens eens in een later stadium van de dracht optreden.

Protozoën:
Protozoën zijn eencellige micro-organismen die vooral in het Middellandse  Zeegebied een oorzaak kunnen zijn voor abortus bij de merrie. Onder de naam dourine en piroplasmose zijn de ziekten die deze protozoën kunnen veroorzaken beter bekend.

Tweelingdracht:
Tegenwoordig kan al op een vroeg tijdstip worden vastgesteld of er sprake is van een tweelingdracht. Wanneer een merrie dubbel ovuleert is het aan te bevelen deze al vanaf de 16e dag te controleren op dracht. De praktijk leert dat tweelingdracht in de meeste gevallen niet wordt volbracht; vaak treedt spontaan abortus op.

Vergiftigingen:
Sommige soorten medicatie, chemische stoffen en giftige stoffen uit planten kunnen abortus veroorzaken.

Voeding:
In sommige gevallen treedt abortus op wanneer er plotseling, hevige verandering in het rantsoen (en dus voedingsstoffen) plaatsvindt.

Stress:
Paarden zijn stressgevoelige dieren. Stress als gevolg van bijvoorbeeld trauma, overmatige inspanning of tijdens vervoer kan een merrie doen aborteren.

Hormonen:
In sommige gevallen voorziet de merrie zelf niet voldoende in hormonen om de dracht in stand te houden en kan dit leiden tot abortus in een vroeg stadium van de dracht. Wanneer dit een aantal opeenvolgende keren aborteert zou dat een aanwijzing kunnen zijn voor een afwijkende hormoonhuishouding. Deze hormonen kunnen gedurende een periode van de dracht worden toegediend.

Afwijkende vrucht:
Misvorming, afwijkingen in de bouw of functie van het embryo kunnen tot abortus leiden.

Incidenteel:
Het toedienen van bepaalde hormonen, het insemineren of geforceerd dekken van een reeds dragende merrie kan leiden tot abortus.