Geen artikelen
Zoek
Paarden Infotheek G-M kleine stronglyden

kleine stronglyden (cyathostominae spp.)

(Cyathostominae spp.)

Route van besmetting:
Eitjes op het land moeten zich eerst verder ontwikkelen tot een larve. dit gebeurt het snelst als het war is buiten (eind voorjaar tot oktober). Larven worden opgenomen door grazende paarden en maken een trektocht door het paardenlijf om vervolgens en de wand van de dikke-, en blindedarm terecht te komen. daar doorlopen ze het laatste deel van hun cyclus alvorens ze doorde wand heen prikken en als volwassen wormen in de holte van de darm gaan leven en eieren gaan produceren. Bijzonder aan de kleine bloedworm is, dat ze een pauze-moment kunne inlassen in de cyclus. Sommige larven in de darmwand maken een stevig kapsel om zich heen en kunnen soms wel een aantal jaren "in slaap" blijven. Wat de larven er precies toe aanzet om in te kapselen en in slaap te blijven is niet geheel bekend maar er zijn aanwijzingen dat een hoge (weide) besmetting dit wel in de hand werkt.   

Interessante feiten:
In het voorjaar (eind mei) daalt de weidebesmetting sterk tot bijna nul. weiland is in het najaar het meest besmet met eitjes. De ontwikkeling van ei tot besmettelijke larve gaat in de winter gewoon door maar wordt wel sterk afgeremd onder invloed van de koudere weersomstandigheden zodat de besmetting in de winterperiode, voor paarden die het hele jaar rond op de wei komen, te verwaarlozen valt.

Een goede weerstand:
Niet alle paarden bouwen afdoende weerstand op tegen de kleine bloedworm. de paardenpopulatie blijkt te zijn verdeeld in hoge-, en lage uitscheiders. Hoge uitscheiders behoren tot de categrorie paarden die van nature niet voldoende weerstand hebben ontwikkeld. dit betekend dat ze ziek kunnen worden en dat ze zorgen voor besmetting van het land met soms (grote hoeveelheden) eieren. De hoge uitecheiders zullen de rest van hun leven gemonitord moeten worden door middel van mestonderzoek en indien nodig, ontwormd moeten worden.
 
Lage uitscheiders daarentegen hebben wel een goed weerstand opgebouwd tegen deze worm. Zij lopen geen risico om ziek te worden en dragen niet tot zeer gering bij aan de weidebesmetting. Deze lage worm-ei uitscheiding is genetisch bepaald en blijft voor het leven. Het ontwormen van deze paarden is niet meer nodig.

Hoe komen we erachter tot welke groep uw paard behoort?  Door in de acyieve periode (vanaf maart tot november) 3x een mestonderzoek te laten onderzoeken met steeds een maand ertussen. Éénmaal veel eieren in de mest betekend dat uw paard behoort tot de groe van hoge uitscheiders. Uw paard heeft een goed weerstand en hoeft niet meer ontwormd. We adviseren om in de jaren daarna wel steeds een mestonderzoek te laten doen ter controle.  

Symptomen:
De kleine bloedworm is verantwoordelijke voor twee ziektebeelden die min of meer seizoensgebonden zijn: in de nazomer/ najaar zien we paarden met een slecht haarkleed, verminderd uithoudingsvermogen, bloedarmoede en/ of die vermageren en mogelijk met een groeiachterstand. Dit beeld wordt in hoofdzaak veroorzaakt door grote hoeveelheden volwassen wormen die zich voeden met bloed  en stukjes darmslijmvlies.
 
Aan het eind van de winter en in het voorjaar kennen we een veel ernstiger ziektebeeld dat ook wel larvale cyathostominose wordt genoemd. In dat geval worden de klachten veroorzaakt door de larven die in ruste waren en massaal uit de darmwand komen. Wat precies de de larven zo massaal uit de wand doet komen is niet bekend, hoewel wordt gedacht aan het massaal afsterven van volwassen wormenn door bijvoorbeeld ontwormen en het warmer wordende weer. Symptomen kunnen variëren van sloom, vermindede eetlust, wisselende mestconsistentie, vermageren tot hevige fiarree, anorexie (niks meer eten), koorts, sterke gewichtsafname en een algeheel ziek paard.

Mestonderzoek:
Paarden in de leeftijd van 0-4 jaar kunnen vanaf maart tot november gemonitord worden op eieren in de mest. Als de uitslag negatief is (geen eieren in de mest), is het advies om mestonderzoek na een maand te herhalen. Is het wél nodig om te ontwormen dat wordt geadviseerd te wachten met het herhalen van het mestonderzoek tot 4 weken nar de uitegwerkte datum van het gebruikte ontwormmiddel. De duur van de werkzaamheid kan per middel verschillen; vraag uw dierenarts om advies.

Individueel of groepsmonster?
Voor sommige groepen paarden is hyet mogelijk een groepsmonster te laten onderzoeken. Dit kan kosten besparend zijn. Informeer bij uw dierenarts of dit in uw situatie zin heeft.

Belangrijk! Geen zichtbare wormen in de mest is géén garantie voor een worm-vrij paard. Lees meer hierover bij mestonderzoek.