Geen artikelen
Zoek
Paarden Infotheek N-U spoelwormen

spoelwormen (Parascaris Equorum)

(Parascaris equorum):
 
Route van besmetting: 
Eieren komen met de mest op het land en ontwikkelen zich bij warm weer snel tot infectieuze larven. De larven maken na opname via de mond een trektocht door het paardenlichaam met als hoofdattractie de longen. Na ophoesten komen de larven weer in de dunne darm terecht waar ze tot volwassen wormen ontwikkelen en eieren gaan produceren.
 
Interessant feit:
Paarden ouder dan 3 jaar hebben een goede weerstand opgebouwd tegen deze worm. Dit betekent dat ze zelf nauwelijks tot geen volwassen wormen bij zich dragen, geen risico lopen om ziek te worden en niet tot nauwelijks bijdragen aan besmetting van het land met eieren.
 
Paarden tot 3 jaar daarentegen zorgen voor de meest weidebesmetting, vooral veulens en jaarlingen. Klassiek zorgt de ene jaargang veulens voor de besmetting van de jaargang die erna komt. Hoe dit kan? Eieren van de spoelworm zijn heel goed bestand tegen gure omstandigheden en kunnen op het land tot wel drie jaar besmettelijk blijven. Dit houdt ook in dat hooi afkomstig van paardenweides wel degelijk besmettelijke spoelwormeieren kunnen bevatten.
 
Symptomen:
Zoals eerder vermeld maken de larven van de spoelworm een trektocht door onder andere het longweefsel van het paard. Dit kan luchtwegklachten geven zoals snotteren, hoesten en bij ernstige besmetting ook benauwdheid. De volwassen worm kan nog wel eens voor koliek zorgen, doordat grote hoeveelheden  volwassen wormen de darmholte van de dunne darm gedeeltelijk of geheel afsluiten. Berucht zijn de koliekaanvallen direct na het ontwormen. Door massaal afsterven van de wormen sluiten ze plotseling de darm helemaal af en de darm kan soms zelfs scheuren met de dood van het paard tot gevolg.

Algemenere klachten door wormen zijn ook van toepassing, zoals slecht/ dof haarkleed, slechte eetlust en een dikke (worm)buik.

Wanneer mestonderzoek:
De periode voor mestonderzoek is gedurende de warmere maanden zinvol, gemiddeld vanaf maart tot november. Bij veulens is het zinvol vanaf het moment dat ze ongeveer 4 maanden op het land hebben gelopen. Een enkele keer worden volwassen wormen aangetroffen op de mest. Het betreft dan zeer lange (dikke, spaghetti-achtige) ronde slierten met afgeronde uiteindes.

Geen zichtbare wormen in de mest is géén garantie voor een
worm-vrij paard. Kijk ook eens bij mestonderzoek!